Jaarlijks nemen duizenden deelnemers uit heel Karinthië en daarbuiten deel aan deze traditionele pelgrimstocht op 'Dreinagelfreitag' (de tweede vrijdag na Pasen). (De naam komt van de drie spijkers waarmee Jezus aan het kruis werd genageld.)
Vier bergen in de omgeving van de stad St. Veit an der Glan – in de middeleeuwen de hoofdstad van Karinthië – spelen een belangrijke rol bij deze traditie:
- Magdalensberg, 1059 meter
- Ulrichsberg, 1022 meter
- Veitsberg, 1171 meter
- Lorenziberg, 971 meter
Er zijn twee bijzonderheden die aandacht verdienen:
- het 'Berglerlaub' (of Bergerlaub): veel pelgrims verzamelen onderweg takken of twijgen van een aantal groenblijvende planten (bijv. wolfsklauw, jeneverbes, klimop, den en buxus), die als bosje op het op de borst gedragen kruis, op de hoed of de rugzak gestoken worden. De gewijde takjes worden mee naar huis genomen en daar voor ceremoniële en religieuze doelen bewaard. Ze beschermen tegen de duivel, heksen en tovenaars. (overige informatie)
- 'Körnertausch', graan ruilen: sommige pelgrims ruilen een handvol meegebrachte graankorrels tegen gewijde korrels, die op bepaalde plaatsen klaarstaan in schalen of manden. Ze mengen de gewijde korrels thuis met het zaaigoed. Ze hopen dat, dat een rijke oogst oplevert.
Is de Vierbergelauf een oorspronkelijk christelijke bedevaart, of een door het christendom overgenomen voorchristelijke traditie? Vroeger dacht men dat er aan deze traditie een oud vruchtbaarheidsritueel ten grondslag ligt, dat nog uit de Keltische tijd stamt. De Kelten bewoonden hier in de voorchristelijke tijden een koninkrijk dat Noricum heette en dat in 15 v. Chr. door de Romeinen veroverd en geannexeerd werd. Maar er is pas geschiedkundig bewijs voor de traditie, die in de loop der eeuwen een aantal keren veranderd is, sinds de late middeleeuwen.