Wat zou het mooi zijn om eens naar het verleden te reizen en te kijken hoe de eerste boeren hier vroeger in de bergen leefden. Dan zagen we dat ze dichte bossen moesten rooien en moerassen moesten droogleggen om de streek bewoonbaar te maken. Wie meegaat met een gids op een reis door de geschiedenis van Bad Kleinkirchheim leert geheid een heleboel. Zoals over de eerste bewoners uit de 9e eeuw, over Troadkasten, heilzame bronnen, smokkelaarspaden en Hans Ronacher; de pionier die begin 20e eeuw hier het eerste hotel bouwde. Wandelen met een verhaal dus!
Al wandelend leren
Op pad met een ranger
“Probeer alles weg te denken wat je hier ziet. Verplaats jezelf naar de tijd waar nog niets anders was dan bossen, weiden en moerassen." Ik grinnik een beetje wanneer Markus, de ranger van het biosferenpark, dat tegen me zegt. Want we staan in het centrum van Bad Kleinkirchheim en lopen net langs een hotel van meerdere verdiepingen. Ik vind het best moeilijk om me hier ossenkarren en hobbelige paden voor te stellen. Markus vertelt me over de eerste Beierse kolonisten, die dit afgelegen dal in verhouding tot andere streken in Karinthië pas laat ontdekten.


De voorraadkamer
van de boeren
We lopen langs een prachtige 'Troadkasten', die me meteen opvalt. Markus legt uit dat hun bouwwijze er ook voor zorgt dat deze graanschuren eeuwenlang stand konden houden tegen het weer en andere externe invloeden. Ter voorkoming van brand werden de massieve blokhutten altijd op enige afstand van de boerderij gebouwd. "De 'Troadkasten' was de voorraadkamer van de boeren, waarin ze levensmiddelen en belangrijke goederen bewaarden. De boerin verstopte de sleutel onder haar vele onderrokken", legt Markus me uit. Hoeveel verhalen zouden deze 'Troadkasten' ons tegenwoordig nog kunnen vertellen? Er zijn er nog een paar te vinden bij de boerderijen in en rond Bad Kleinkirchheim.

We wandelen verder langs de Twengbach, die naast ons voort spettert. Het ruisen van de beek is heel rustgevend, net als de aangename stem van gids Markus. Hij laat me de oudste boerderijen zien, die op de hellingen boven Bad Kleinkirchheim staan. Ik leer veel over de oorsprong van de plaatsnamen, die terug te voeren zijn op Slavische kolonisten. Deze Beierse Aribonen hadden hier in de middeleeuwen veel invloed. Ook legt hij me uit wat het verschil is tussen een biosferenpark en een nationaal park.

We bezoeken de parochiekerk van Bad Kleinkirchheim, die gewijd is aan Sint Ulrich. Vanaf het kleine kerkhof rond de kerk kijken we direct op de wereldbekerafdaling van deze bekende wintersportplaats. Dat brengt me weer even terug in het hier en nu. Door de tijdreis was ik helemaal vergeten dat ik me momenteel in een van de toeristische dorpen van Karinthië ben.
Achter de Ulrichskerk lopen we omhoog naar de Kirchheimer Talrunde. We stoppen bij een van de laatste molens in het dorp, waar Markus me uitlegt hoe die werkt. Ik geniet van het prachtige uitzicht hierboven en mijn blik zwerft naar de verte, over dit trogdal dat in de ijstijd door gletsjers gevormd is. Het is ongelooflijk rustig en idyllisch.


Via smokkelaarspaden naar de heilzame bron
We lopen door naar de evangelische kerk in het dorp, waar de gids me vertelt over de tijd van de reformatie en de contrareformatie. We wandelen over oude smokkelaarspaden waar vroeger lutherse bijbels verstopt werden, omdat de mensen niet protestant mochten zijn. Het zijn smalle paden, met links en rechts struiken en loofbomen. Het lijkt wel een sprookjesbos. De zon piept hier en daar door het struikgewas en doopt het pad in een lichtgroen licht. Verderop op een diepgroene weide staat een kapelletje. We zijn op het hoogtepunt van onze wandeltocht aangekomen.


Heilzaam bronwater
We naderen de kleine kerk van St. Kathrein. Hier ligt de 'traan van God', zoals de thermale bron die hier uit de bodem borrelt in de volksmond liefdevol genoemd wordt. Een vreugdetraan van God, welteverstaan. Het warme bronwater schijnt een heilzame en reinigende werking te hebben. Gezegd wordt dat boerinnen hun ogen, die geïrriteerd waren door de rook in de rookkeuken, met dit water wasten. Niet voor niets heet deze bron ook de 'Ogenbron'. De eerste kolonisten vingen dit water op in houten troggen en merkten de bijzondere eigenschappen van dit water waarschijnlijk al op. In 1492 werd ter bescherming van de bron de eerste kapel over de bron gebouwd. In de loop der eeuwen werd hij vernietigd, opnieuw gebouwd en vergroot.

De warme bron bevindt zich in de crypte, een heel mystieke plek. De ruimte wordt verlicht door een grote hoeveelheid kaarsen en ik bewonder de smeedijzeren doopvont. Pelgrims hebben de Pietá met rozenkransen en hun wensen omhangen, en het gastenboek staat vol gedachten en gebeden.
"Dit is een heel bijzondere krachtplaats voor me, ik kan me hier volledig ontspannen en tot rust komen", zegt Markus. We zitten op een bankje in een nis van de zuilengang en genieten van de warme zonnestralen. Ondertussen luisteren we naar het rustgevende gekabbel van de bron in de crypte. We zwijgen een tijdje en laten onze gedachten gewoon de vrije loop, voor we aan de laatste etappe van onze tijdreis beginnen.
De basis van het toerisme
We praten over het ontstaan van het eerste openbare badhuis, meer dan 300 jaar geleden, en de eerste verblijven in de kuuroorden in de 19e eeuw. De basis voor de ontwikkeling van het toerisme werd gelegd door Hans Ronacher. Hij nam het oude badhuis over en opende een hotel met 50 bedden. In 1920 werd de eerste therme geopend en in 1950 volgde de eerste skilift. Onze gezamenlijke tijdreis door Bad Kleinkirchheim eindigt voor de therme St. Kathrein, het badhuis dat onlangs volledig gerenoveerd is. Er staat een mooie stenen fontein voor.
Iedereen mag hier water tappen of zijn dorst lessen – een soort warm bronwater 'to go'. Na bijna drie uur scheiden onze wegen zich hier. Alsof hij mijn gedachten kan lezen, vraagt Markus wat ik nog meer ga doen in Bad Kleinkirchheim. Ik antwoord dat ik nog een keer naar boven wil lopen, naar de kapel en dan verder de Talrunde wil volgen tot aan de houten relax banken, die vanaf het kerkje te zien zijn. Markus geeft me nog een tip mee: "Ga zeker even op het houten bed liggen en geniet van het uitzicht op de lucht".
Als ik er ben, neem ik zijn tip ter harte. Hierboven word ik beloond met het allermooiste uitzicht over Bad Kleinkirchheim. Terwijl ik op het houten hemelbed lig, hoor ik niets anders dan het ruisen van de bladeren en het tjilpen van de vogels. Deze wandeltocht is zeker niet alleen geschikt voor mensen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van het dorp. Wanneer je lekker wilt ontspannen en helemaal in de (wandel)vakantiemodus wilt komen is de tocht ook perfect. Wanneer ik opnieuw naar de crypte van de kapel ga om een kaarsje aan te steken, klinken deze woorden van Markus na in mijn hoofd. Wat een heerlijke wandelvakantie!
Foto's en tekst:
Anita Janesch
